Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Betreft
Algemene gegevens
Telerscoöperatie FresQ U.A. in liquidatie ("FresQ") 07-06-2018
4
FresQ hield kantoor aan de Coldenhovelaan 12, De Lier. 07-06-2018
4
Producentenorganisatie voor groenten- en fruittelers.
Een telersorganisatie als FresQ bundelt de verkoop van de productie van de
aangesloten telers om er op die manier voor te zorgen dat een zo hoog
mogelijke marktprijs wordt behaald.
FresQ had voorheen een erkenning voor het ontvangen van Europese
subsidies op grond van de gemeenschappelijke marktordening (GMO) ten
behoeve van de aangesloten telers.
Per 1 januari 2014 is FresQ ontbonden ingevolge artikel 2:19 lid 1 sub d BW
doordat tegen die datum alle leden het lidmaatschap van de coöperatie
hebben opgezegd. Vanaf die datum is Fresq in liquidatie geweest als bedoeld
in artikel 2:19 lid 5 BW.
07-06-2018
4
mr H.M.D. Bentfort van Valkenburg
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Omzet
Over het boekjaar 2011 beliep de omzet € 457 miljoen. Na het samengaan met
een andere organisatie groeide de omzet een jaar later naar ca. € 700 miljoen.
Na ontbinding ultimo 2013 is er geen sprake van omzet meer geweest.
Winst en verlies
In 2010 en 2011, jaren waarin FresQ nog vol in bedrijf was, werden positieve
resultaten behaald van respectievelijk € 624.000 en € 976.000. Gedurende de
jaren 2015 en 2016 werden verliezen geleden van respectievelijk € 62.985 en
€ 60.540. Deze verliezen werden veroorzaakt door (administratieve) kosten,
die na ontbinding van FresQ eind 2013 niet meer werden gedekt door
opbrengsten. Hangende de uitkomst van de in de voorgaande verslaglegging
nader omschreven procedures over de intrekking van de status van FresQ als
erkende producentenorganisatie en de terugvordering van subsidies hebben in
2016 de (oud)leden van FresQ een stichting opgericht, de Stichting
Belangenbehartiging FresQ. Deze stichting betaalde enkele lopende kosten
van FresQ, zoals de kosten voor een administrateur.
Balanstotaal
per 31-12-2010: € 49.235.000
per 31-12-2011: € 51.790.000
per 31-12-2012: € 102.097.000
per 31-12-2015: € 38.295.623
per 31-12-2016: € 38.228.623
07-06-2018
4
Toelichting
Zie voorgaande verslaglegging
07-06-2018
4
Boedelsaldo
€ 639.802,97
07-06-2018
4
€ 559.354,66
03-10-2019
7
€ 556.762,37
12-05-2020
8
€ 445.676,89
04-09-2020
9
€ 445.042,54
17-12-2020
10
€ 339.958,74
05-08-2021
11
€ 318.948,12
07-06-2022
12
€ 382.273,04
22-11-2022
13
€ 382.220,04
28-03-2023
14
€ 381.702,26
03-07-2023
15
€ 382.995,13
12-01-2024
16
€ 330.821,94
16-05-2024
17
€ 313.759,48
06-12-2024
18
€ 380.416,49
18-07-2025
19
€ 241.959,52
31-03-2026
20
€ 241.983,40
03-07-2026
21
Verslagperiode
van
15-2-2018
t/m
31-5-2018
07-06-2018
4
van
1-6-2018
t/m
19-10-2018
23-10-2018
5
van
20-10-2018
t/m
31-1-2019
26-02-2019
6
van
1-2-2019
t/m
29-9-2019
03-10-2019
7
van
30-9-2019
t/m
12-2-2020
12-05-2020
8
van
30-12-2019
t/m
2-9-2020
04-09-2020
9
van
3-9-2020
t/m
14-12-2020
17-12-2020
10
van
15-12-2020
t/m
30-7-2021
05-08-2021
11
van
31-7-2021
t/m
1-6-2022
07-06-2022
12
van
2-6-2022
t/m
14-10-2022
22-11-2022
13
van
15-10-2022
t/m
17-3-2023
28-03-2023
14
van
18-3-2023
t/m
29-6-2023
03-07-2023
15
van
30-6-2023
t/m
10-1-2024
12-01-2024
16
van
11-1-2024
t/m
13-5-2024
16-05-2024
17
van
14-5-2024
t/m
3-12-2024
06-12-2024
18
van
4-12-2024
t/m
16-7-2025
18-07-2025
19
van 31-03-2026
Bestede uren
Toelichting bestede uren
17-7-2025
t/m
30-3-2026
20
van
31-3-2026
t/m
30-6-2026
03-07-2026
21
VerslagperiodeBestede uren
totaal 1.229 uur 18 min
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
Tot en met de vierde verslagperiode werd in totaal 343,9 uur besteed,
waarvan 131,5 uur in de vierde verslagperiode.
Dit verslag dient in samenhang te worden gelezen met de eerdere
verslaglegging en is gebaseerd op de informatie die de curator heeft
ontvangen. Additionele informatie kan tot nieuwe inzichten leiden. Dit betekent
dat de in dit verslag opgenomen financiële en andere gegevens op enig
moment nog aangepast kunnen worden. Aan de inhoud van dit verslag kunnen
geen rechten worden ontleend.
07-06-2018
4
Verslagperiode bij verslag 8 is onjuist. Dit moest zijn 30-9-2019 t/m 29-12-
2019.
04-09-2020
9
1. Inventarisatie
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
2. Personeel
Toelichting
Zie voorgaande verslaglegging
07-06-2018
4
Toelichting
Zie voorgaande verslaglegging
07-06-2018
4
Geen 07-06-2018
4
3. Activa
BeschrijvingVerkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
De kleindochtervennootschap van FresQ, FresQ Poortcamp B.V., is eigenaresse
van een opstalrecht dat een distributiecentrum aan het adres Poortcamp 10 te
De Lier omvat en dat in gebruik is bij een of meer groepsvennootschappen van
Kaaij Brothers B.V.. Hoewel het onroerend goed dus niet in de
faillissementsboedel valt, is FresQ als uiteindelijk aandeelhouder de enige
materieel gerechtigde tot een eventuele waarde. Bovendien hangt de
eigendom van het opstalrecht nauw samen met de afwikkeling van de GMO-
positie van Kaaij Brothers ten opzichte van FresQ, wat de oorsprong is van de
verlening van het opstalrecht aan FresQ Poortcamp B.V..
De curator neemt, vanwege het sterk verweven karakter van opstalrecht en
GMO-positie, het voortouw in de verdere afwikkeling van (de aanspraken
rondom) het opstalrecht, maar wel in samenspraak met de directie van FresQ
Poortcamp B.V., die wordt gevormd door de vereffenaars van Fresq.
Gedurende deze verslagperiode heeft hierover overleg plaatsgevonden met
Kaaij Brothers B.V..
04-09-2020
9
Als onderdeel van de hierna in 7.7 van dit 19de verslag genoemde met Kaaij
Brothers B.V. getroffen regeling hebben curatoren ermee ingestemd dat FresQ
Poortcamp B.V. het hiervoor bedoelde opstal in De Lier, dat in gebruik is bij
Kaaij Brothers B.V., om niet aan haar overdraagt. Kaaij Brothers B.V. betaalt
geen koopprijs, gezien de op het opstal gevestigde hypotheek ten behoeve
van Rabobank Westland wegens ten behoeve van de oprichting van het opstal
destijds verstrekte leningen als gevolg waarvan er (van meet af aan) geen
sprake is van overwaarde. Dat betekent dat eigenaar FresQ Poortcamp B.V. en
daarmee ook haar aandeelhouder FresQ geen financieel belang hebben bij het
opstal. Voor de medewerking van de curatoren betaalt Kaaij Brothers B.V. een
(in 5.8 genoemde) boedelbijdrage aan de boedel van FresQ B.V.
18-07-2025
19
Onderzoek, overleg en andere contacten met de belastingdienst en
gegadigde, alsmede werkzaamheden in het kader van de verkoop en de
levering van het pand
07-06-2018
4
Overleg met vereffenaars van FresQ (gezien hun bestuursbevoegdheid binnen
FresQ Poortcamp B.V.) en andere betrokkenen
18-07-2025
19
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
FresQ is eigenaar van enige roerende zaken die zijn aangeschaft deels met
subsidiebedragen. Deze zaken zijn ingevolge de ter zake toepasselijke
projectovereenkomsten (zie de voorgaande verslaglegging voor nadere uitleg
daarover) eigendom van FresQ. Deze zaken bevinden zich bij een zestal
kwekers. Het gaat in alle gevallen om productiemiddelen voor de tuinbouw. De
totale aanschafwaarde zou volgens de administratie van FresQ € 3,1 miljoen
hebben bedragen. De actuele waarde is onbekend.
Tot meerdere zekerheid van de openstaande belastingschuld heeft FresQ
pandrecht op deze zaken verleend aan de belastingdienst. De belastingdienst
heeft op enig moment aangekondigd deze zaken executoriaal te zullen gaan
verkopen, maar is daartoe vooralsnog niet overgegaan.
Gedurende de vierde verslagperiode heeft ook Rabobank Westland te kennen
gegeven pandrecht op een deel van de betreffende zaken te hebben. Deze
pandrechten zouden ouder zijn dan en daarmee in rang voorgaan boven het
pandrecht van de belastingdienst en zouden in alle gevallen
derdenpandrechten betreffen, strekkende tot meerdere zekerheid van
verplichtingen van enkele destijds bij FresQ aangesloten kwekers. De curator
doet onderzoek naar de rechtsgeldigheid van deze pandrechten.
07-06-2018
4
De curator doet nog onderzoek naar de rechtsgeldigheid van de verstrekte
(derden)zekerheidsrechten.
26-02-2019
6
De curator is nog doende met het onderzoek naar verstrekte
(derden)zekerheidsrechten.
03-10-2019
7
Het overgrote deel van de in de vorige verslaglegging bedoelde roerende
zaken, voor zover nog voor handen, bevindt zich in het hiervoor in 3.1
genoemde distributiecentrum aan de Poortcamp te De Lier, dat bij Kaaij
Brothers B.V. in gebruik is. Curatoren hebben als onderdeel van de regeling
met Kaaij Brothers B.V. (zie 7.7 van dit 19de verslag) ermee ingestemd dat
deze zaken worden overgedragen aan Kaaij Brothers B.V.
Curatoren hebben vastgesteld dat de op de zaken gevestigde
(derden)pandrechten ten behoeve van Rabobank Westland rechtsgeldig zijn
en geen sprake is van overwaarde. De boedel van FresQ heeft dan ook geen
financieel belang bij de zaken. Kaaij Brothers B.V. betaalt er dan ook geen
koopsom voor. Wel is een boedelbijdrage overeengekomen (zie 5.8).
Zie 5.3 voor wat betreft het ten behoeve van de belastingdienst op deze
zaken gevestigde tweede pandrecht.
18-07-2025
19
N.v.t. 07-06-2018
4
Onderzoek 07-06-2018
4
Overleg met betrokkenen en overige werkzaamheden in verband met
overdracht bedrijfsmiddelen
18-07-2025
19
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage
N.v.t.
N.v.t. 07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Aandelen in andere vennootschappen
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
Overleg vindt plaats met de advocaat van de vereffenaars over de (wijze van)
vereffening van de dochtervennootschappen.
07-06-2018
4
Op dit punt zijn nog geen nadere vorderingen te melden. De curator is nog in
afwachting van een definitief plan van aanpak voor de
dochtervennootschappen.
26-02-2019
6
De vereffenaars van FresQ hebben aan de curator voorgesteld om de
dochtervennootschappen te liquideren (behoudens de vennootschappen
waarin nog onroerend goed zit, zoals FresQ Poortcamp B.V.). Eerst dienen
echter de jaarstukken en liquidatiebalansen te worden opgemaakt. Op deze
wijze kan ook alle inzicht in de staat van baten en lasten worden verschaft aan
eventuele schuldeisers van die vennootschappen, zoals de Staat.
De curator onderzoekt op zijn beurt of er vanuit het oogpunt van het
afwikkelen van de faillissementsboedel van FresQ bezwaren bestaan tegen
liquidatie van de dochtervennootschappen.
03-10-2019
7
De curator heeft de nodige (financiële) informatie ten aanzien van diverse
dochtervennootschappen van de vereffenaars van Fresq, die tevens de directie
vormt van deze vennootschappen, ontvangen en is nog doende deze te
bestuderen . De verwachting is dat in de komende verslagperiode één en
ander kan worden afgerond.
04-09-2020
9
Gedurende deze verslagperiode heeft de curator op verzoek van de
vereffenaars van FresQ medewerking als aandeelhouder verleend aan de
ontbinding van een deel van de (klein)dochtervennootschappen.
07-06-2022
12
4. Debiteuren
Beschrijving Omvang OpbrengstBoedelbijdr.
Zie voorgaande verslaglegging€ 1.414,65€ 1.414,65
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
In onderzoek. 03-10-2019
7
In onderzoek. 12-05-2020
8
Zoals in het derde faillissementsverslag is vermeld, werden door FresQ met de
bij FresQ als lid aangesloten telers projectovereenkomsten gesloten ten
04-09-2020
9
behoeve van de verkrijging van GMO-subsidie ten behoeve van specifieke
projecten van de leden.
Uitgangspunt van die overeenkomsten is dat het volledige (financiële) risico,
verband houdend met de verkrijging van subsidie, steeds bij de leden zou
liggen en niet bij Fresq. Indien in voorkomend geval aangevraagde subsidie
voor een project onverhoopt niet zou worden verkregen, dan zou het
desbetreffende lid de investeringskosten die met het project gemoeid waren,
geheel zelf dienen te dragen. Verder: als eenmaal verstrekte en door FresQ
aan het lid doorbetaalde subsidie om de een of andere reden bij FresQ
teruggevorderd zou worden, dan diende het lid die ontvangen subsidie op zijn
beurt weer aan FresQ terug te betalen, opdat Fresq op haar beurt weer terug
zou kunnen betalen.
Nu als gevolg van de intrekking van de GMO-erkenning van FresQ als
producentenorganisatie de Staat der Nederlanden de over de periode vanaf 1
juli 2009 (tot en met het derde kwartaal 2012) verstrekte subsidie bij FresQ
heeft teruggevorderd, heeft de (de failliete boedel van) FresQ in beginsel een
vordering op elk van de leden die gedurende die periode deze
subsidiebedragen doorbetaald heeft gekregen, per lid ter hoogte van de door
hem ontvangen subsidie. In totaal gaat het daarbij, volgens opgave van de
Staat en blijkens ook de administratie van FresQ zelf, om ruim € 47.000.000,-.
Op dit systeem van risicoverdeling bestond in alle tussen Fresq en de leden
gesloten GMO-overeenkomsten één uitzondering: artikel 36.1 van deze
overeenkomsten bepaalt steeds dat FresQ de voormelde vordering op de
telers heeft, behoudens indien de terugvordering van de subsidie (door de
Staat) het gevolg is van "opzet of grove nalatigheid" van FresQ.
In dit kader is relevant dat "grove nalatigheid" van de zijde van FresQ tevens
(een onderdeel van) het criterium is waarop de GMO-erkenning van een
producentenorganisatie kan worden ingetrokken. Naar het oordeel van het
toenmalige Productschap Tuinbouw (thans: Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland) was er, naast de ernstige inbreuken op de erkenningscriteria, ook
sprake van grove nalatigheid van de zijde van FresQ. Deze nalatigheid
bestond er volgens het Productschap Tuinbouw kort gezegd in dat (het
bestuur van) FresQ de ernstige inbreuken op de erkenningscriteria niet had
weten te voorkomen. Dit oordeel is door FresQ aangevochten maar in 2017
door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) als hoogste
bestuursrechter in stand gelaten. Wat dit laatste betreft, wordt nader
verwezen naar wat hierover in § 1.7 van het eerste faillissementsverslag werd
vermeld.
Daarmee staat in de verhouding tot de leden die niets van doen hadden met
de inbreuken op de erkenningscriteria onherroepelijk vast dat er sprake was
van grove nalatigheid van de zijde van FresQ, ook al treft FresQ zelf in de visie
van de curator geen blaam voor het verwijt dat zij die inbreuken niet heeft
weten te voorkomen. Dientengevolge blokkeert de voormelde clausule in
beginsel de terugvordering van subsidie door FresQ - en daarmee een
vordering van de curator op de leden die niet van doen hebben gehad met de
inbreuken op de erkenningscriteria.
De curator heeft de afgelopen periode uitgebreid onderzoek gedaan naar de
achtergrond van de betreffende blokkerende bepaling en de juridische en
feitelijke uitwerking ervan. Hoewel het gevolg ervan is dat een groot bedrag
aan door de Staat bij FresQ teruggevorderde subsidies in de markt blijft,
waarvan gesteld kan worden dat dit concurrentievervalsend werkt, is de
curator tot de slotsom gekomen dat de telers / leden van FresQ die geen rol
hebben gespeeld in de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de
ernstige schendingen van de erkenningscriteria, zich toch met succes op de
blokkerende clausule tegen de eventuele vordering van de curator kunnen
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
beroepen.
De curator heeft dan ook, in overleg met de Staat als grootste crediteur in dit
faillissement, besloten ten aanzien van deze telers de vorderingen te laten
rusten en niet tot terugvordering over te gaan. De rechter-commissaris heeft
zich desgevraagd met die beslissing verenigd.
Onderzoek 07-06-2018
4
Onderzoek. 03-10-2019
7
Onderzoek. 12-05-2020
8
Onderzoek 04-09-2020
9
5. Bank / Zekerheden
€ 6,54
Toelichting vordering van bank(en)
Zie voorgaande verslaglegging
07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
Op het kantoorpand aan de Coldenhovelaan te De Lier rustte een
hypotheekrecht van de belastingdienst. Nadere informatie daarover is te
vinden in de voorgaande verslaglegging.
Verder zijn aan de belastingdienst en Rabobank Westland pandrechten
verleend op de hiervoor in 3.3 genoemde bedrijfsmiddelen.
07-06-2018
4
Op enkele inventariszaken, die in gebruik zijn bij Kaaij Brothers B.V. maar i.v.m.
de GMO-constructie in eigendom toebehoren aan FresQ en die zich bevinden in
de hiervoor (in 3.2 van het 9de en dit 19de verslag) genoemde verpakkingshal
is op enig moment tot meerdere zekerheid van een belastingschuld door FresQ
een tweede pandrecht verstrekt aan de belastingdienst. Gezien de hoogte van
de vordering van eerste pandhouder Rabobank vertegenwoordigt dit tweede
pandrecht geen waarde voor de belastingdienst. Op verzoek van Kaaij
Brothers B.V. hebben curatoren de belastingdienst een termijn ex art. 58 lid 1
Fw gesteld om tot uitoefening van zijn rechten over te gaan. De
belastingdienst heeft deze termijn ongebruikt laten verstrijken, waarmee de
zaken vrij van pandrecht konden worden geleverd.
18-07-2025
19
Zoals in de voorgaande verslaglegging nader beschreven, heeft de
belastingdienst haar recht van hypotheek prijsgegeven. Genoemde
pandrechten worden nog nader onderzocht.
07-06-2018
4
De verstrekte zekerheidsrechten worden nog onderzocht. 26-02-2019
6
Zie vorig verslag. 03-10-2019
7
Zoals uit 5.3 van het vorige verslag volgt, kunnen de pandrechten van de
belastingdienst als afgewikkeld worden beschouwd.
31-03-2026
20
N.v.t. 07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
Toelichting
N.v.t.
07-06-2018
4
€ 10.000,00
Toelichting
In verband met de in 3.1, 3.3 en 5.3 van dit 19de verslag genoemde
werkzaamheden van curatoren heeft Kaaij Brothers B.V. een boedelbijdrage
van € 10.000,00 betaald.
18-07-2025
19
Onderzoek en correspondentie 07-06-2018
4
Onderzoek. 03-10-2019
7
Werkzaamheden in verband met pandrecht belastingdienst 18-07-2025
19
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
N.v.t. 07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
Doorstarten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
N.v.t. 07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
Toelichting
N.v.t.
07-06-2018
4
Toelichting
N.v.t.
07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
7. Rechtmatigheid
In onderzoek
In het kader van een strafrechtelijk onderzoek heeft op 18 mei 2017 een
doorzoeking plaatsgevonden bij FresQ, waarbij een deel van de administratie
van FresQ in beslag is genomen.
07-06-2018
4
De administratie ligt nog steeds onder beslag. Wel heeft de curator inmiddels
de mogelijkheid tot inzage.
23-10-2018
5
De administratie is nog altijd niet vrijgegeven. De curator onderhoudt
hieromtrent contact met de betrokken onderzoeksinstanties.
26-02-2019
6
De in beslag genomen administratie is op 23 juli 2019 aan de curator
vrijgegeven.
03-10-2019
7
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
In onderzoek 07-06-2018
4
De jaarrekeningen over de jaren 2014 en 2015 zijn tijdig gedeponeerd. De
jaarrekening over het jaar 2013 had moeten zijn gedeponeerd uiterlijk op 1
januari 2015 en werd gedeponeerd op 29 januari 2015.
18-07-2025
19
Gezien de omvang is de FresQ controleplichtig. Tot en met boekjaar 2012 is de
controle ook door KPMG Accountants uitgevoerd en zijn goedkeurende
verklaringen verkregen. Voor de controle van het boekjaar 2013 zou door de
accountant zijn aangegeven dat er, gezien alle mutaties binnen FresQ en
daarmee samenhangende onzekerheid, niet volstaan zou kunnen worden met
de tot dan toe gebruikelijke controle aanpak. Mede gezien de daarmee
samenhangende hogere kosten hebben de vereffenaars naar eigen zeggen
moeten besluiten geen accountantscontrole meer te laten uitvoeren.
07-06-2018
4
N.v.t. 07-06-2018
4
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
Toelichting
In onderzoek.
07-06-2018
4
Toelichting
In onderzoek.
26-02-2019
6
Toelichting
In onderzoek.
03-10-2019
7
Nee
Toelichting
De curator heeft onderzoek gedaan naar de wijze van bestuur van FresQ en
met name de rol van het bestuur in de gebeurtenissen die hebben geleid tot
de intrekking van de GMO-erkenning van FresQ als producentenorganisatie, de
terugvordering van de subsidiegelden en uiteindelijk het faillissement van
FresQ.
De curator heeft vooralsnog geen aanwijzingen gevonden dat het bestuur
onrechtmatig zou hebben gehandeld.
04-09-2020
9
Nee
Toelichting
In verband met de hiervoor vermelde niet tijdige deponering van de
jaarrekening over het jaar 2013 is relevant dat Boek 2 BW voor de coöperatie
geen vergelijkbare regeling kent met betrekking tot de omkering van de
bewijslast voor bestuurdersaansprakelijkheid als die voor de B.V. geldt.
18-07-2025
19
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
Toelichting
In onderzoek
Zie ook voorgaande verslaglegging
07-06-2018
4
Toelichting
In onderzoek.
26-02-2019
6
In onderzoek
Toelichting
In onderzoek.
03-10-2019
7
In onderzoek
12-05-2020
8
Over het rechtmatigheidsonderzoek zullen tussentijds geen mededelingen
worden gedaan. Dat geldt ook voor de opzet en de voortgang van het
onderzoek.
07-06-2018
4
Zie vorige verslaglegging. 26-02-2019
6
De curator heeft onderzoek gedaan naar de gang van zaken rondom de
intrekking van de GMO-erkenning en de rol van enkele leden van FresQ daarbij,
meer in het bijzonder Kaaij Brothers B.V. Dit onderzoek heeft geresulteerd in
de aansprakelijkstelling namens de boedel van Kaaij Brothers B.V. Deze
aansprakelijkstelling borduurt voort op eerdere aansprakelijkstellingen namens
FresQ uit 2013 en 2014 en vult ten dele de gronden aan.
De aansprakelijkheid wordt gemotiveerd betwist. Over de aansprakelijkstelling
wordt tussen de advocaten van partijen thans gecorrespondeerd.
04-09-2020
9
Zoals in voorgaande verslaglegging vermeld, is Kaaij Brothers B.V.
aansprakelijk gesteld in verband met de gang van zaken rondom de intrekking
van de GMO-erkenning van FresQ. In reactie op deze aansprakelijkstelling
heeft Kaaij Brothers B.V. gemotiveerd betwist aansprakelijk te zijn. Ook de
Staat der Nederlanden, veruit de grootste crediteur in het faillissement van
FresQ, heeft Kaaij Brothers B.V. aansprakelijk gesteld voor geleden schade als
gevolg van de onbetaald gelaten vordering op FresQ wegens de
terugvordering van GMO subsidies. Ook de aansprakelijkheid jegens de Staat
wordt door Kaaij Brothers B.V. betwist.
Gedurende deze verslagperiode heeft de Staat de voorzieningenrechter van
de rechtbank Den Haag verzocht om haar verlof te verlenen conservatoir
beslag te leggen op een aantal vermogensbestanddelen van Kaaij Brothers
B.V.. Na verkregen verlof heeft de Staat beslag gelegd.
Daarop heeft Kaaij Brothers B.V. te kennen gegeven het voornemen te hebben
om haar onderneming te verkopen en daarover op het moment te
onderhandelen. Als gevolg van de gelegde beslagen zou deze transactie
18-07-2025
19
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
echter geen doorgang kunnen vinden.
Tussen Kaaij Brothers B.V., de Staat en de curatoren is vervolgens overleg
gevoerd. Dat overleg heeft geresulteerd in een overeenkomst die er, kort
samengevat, in voorziet dat indien en zodra Kaaij Brothers B.V. haar
onderneming verkoopt aan een derde, bedoelde beslagen zullen worden
opgeheven na het stellen van zekerheid ten behoeve van de curatoren en de
Staat. Deze zekerheid zou o.a. worden gevormd uit de door de koper te
betalen koopsom. De rechter-commissaris heeft de curatoren de in art. 104 Fw
bedoelde goedkeuring verleend om deze overeenkomst aan te gaan.
Naar Kaaij Brothers B.V. heeft medegedeeld, was de betreffende transactie
aan het eind van deze 19de verslagperiode echter nog niet tot stand
gekomen.
Na door de rechter-commissaris verleende machtiging hebben de curatoren
een procedure tegen Kaaij Brothers aanhangig gemaakt bij de rechtbank Den
Haag. In de procedure vorderen curatoren schadevergoeding van Kaaij
Brothers B.V. gezien de rol die zij heeft gespeeld bij de intrekking van de GMO-
erkenning van FresQ, welke intrekking het faillissement tot gevolg heeft gehad.
Ook de Staat der Nederlanden heeft een procedure tegen Kaaij Brothers B.V.
aanhangig gemaakt. Wat deze procedures betreft, wordt verwezen naar het
hierna bij 9 van dit 19de verslag gestelde.
De curatoren en de Staat hebben afspraken met elkaar gemaakt, die er in
voorzien dat zij in het kader van de aanspraken jegens Kaaij Brothers B.V. met
elkaar zullen samenwerken en zullen vorderen dat beide procedures tegen
Kaaij Brothers B.V. worden gevoegd, zodat deze gelijktijdig en door dezelfde
rechter worden behandeld (art. 222 Rv). Tevens is tussen curatoren en de
Staat afgesproken dat de eventuele opbrengst van de procedures (of een
minnelijke regeling) in de boedel van FresQ zullen worden gestort ter verdeling
onder de crediteuren. Deze gang van zaken is in lijn met de regel, zoals
opgenomen in het arrest van de Hoge Raad Lunderstädt/De Kok I,
ECLI:NL:HR:2001:AD2684, r.o. 3.4.5. De Hoge Raad overwoog in die
rechtsoverweging: "Het belang van een behoorlijke afwikkeling van het
faillissement kan meebrengen dat indien - anders dan hier het geval is - ook de
curator, op grond van hetzelfde feitencomplex, uit hoofde van zijn hiervoor in 3.4.3
omschreven bevoegdheid een vordering uit onrechtmatige daad geldend maakt
jegens de derde, eerst op deze vordering en vervolgens op die van de individuele
schuldeiser wordt beslist." De rechter-commissaris heeft curatoren goedkeuring
verleend om deze regeling met de Staat aan te gaan.
Gedurende deze verslagperiode is, na het sluiten van een aangepaste
vaststellingsovereenkomst tussen partijen, door Kaaij Brothers B.V. ten
behoeve van de boedel en de Staat alsnog zekerheid gesteld, waarna de
Staat de eerder gelegde beslagen heeft opgeheven. De rechter-commissaris
heeft curatoren goedkeuring verleend om de aangepaste
vaststellingsovereenkomst aan te gaan.
Door Kaaij Brothers B.V. is een verzoek tot inzage als bedoeld in artikel 194 Rv.
in digitale data van FresQ gedaan, waaraan curatoren onder voorwaarden
medewerking hebben verleend.
31-03-2026
20
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
Onderzoek 07-06-2018
4
Onderzoek 26-02-2019
6
Onderzoek. 03-10-2019
7
Onderzoek. 12-05-2020
8
Onderzoek en correspondentie 04-09-2020
9
Onderzoek en correspondentie 17-12-2020
10
Onderzoek en correspondentie 05-08-2021
11
Onderzoek en correspondentie 07-06-2022
12
Onderzoek en correspondentie 22-11-2022
13
Onderzoek en correspondentie 28-03-2023
14
Onderzoek en correspondentie 03-07-2023
15
Onderzoek en correspondentie 12-01-2024
16
Onderzoek en correspondentie 16-05-2024
17
Onderzoek en correspondentie 06-12-2024
18
Correspondentie en overleg 18-07-2025
19
8. Crediteuren
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
Toelichting
Faillissementskosten: € p.m.
07-06-2018
4
€ 1.668.223,00
07-06-2018
4
€ 1.673.973,00
04-09-2020
9
€ 1.668.223,00
07-06-2022
12
€ 0,00
07-06-2018
4
€ 0,00
07-06-2018
4
€ 901,32
Toelichting
Vordering preferent ingevolge artikel 138 lid 3 Waterschapswet
23-10-2018
5
14
07-06-2018
4
15
03-10-2019
7
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
€ 101.529,44
Toelichting
In totaal heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen:
Productschap Tuinbouw) voor een bedrag ad ca. € 48,5 miljoen aan eerder
uitgekeerde subsidies teruggevorderd van FresQ. Deze vordering werd
vooralsnog niet in het faillissement ingediend.
07-06-2018
4
€ 52.739.793,92
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode heeft de Staat der Nederlanden een vordering
van € 52.638.264,48 ingediend. Deze vordering is door de curator op de lijst
van voorlopig erkende (concurrente) vorderingen geplaatst.
03-10-2019
7
Nog niet bekend 07-06-2018
4
Nog niet bekend. 03-10-2019
7
Nog niet bekend. 12-05-2020
8
Administratie van en correspondentie met crediteuren 07-06-2018
4
Eerste controle van ingediende vorderingen, correspondentie. 03-10-2019
7
9. Procedures
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
Kaaij Brothers B.V. 17-12-2020
10
Kaaij Brothers B.V. 18-07-2025
19
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
Zie voorgaande verslaglegging 07-06-2018
4
Kaaij Brothers B.V. heeft een toetsingsverzoek (klacht) tegen de curator
ingediend bij de toetsingscommissie van INSOLAD (De Vereniging van
Insolventierecht Advocaten). Het verzoek richt zich tegen de vermelding door
de curator in het vorige verslag dat de curator Kaaij Brothers B.V. aansprakelijk
heeft gesteld en de daaropvolgende berichtgeving door journalisten
daaromtrent in de pers. Volgens Kaaij Brothers B.V. is deze handelswijze van
de curator onjuist, want diffamerend en schadelijk voor Kaaij Brothers B.V. De
curator heeft een verweerschrift tegen het toetsingsverzoek ingediend.
17-12-2020
10
Procedure bij de rechtbank Den Haag. Zie hiervoor bij 7.7. 18-07-2025
19
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
Zoals in voorgaande verslaglegging vermeld, zou in de nog lopende
procedures bij de CBb op 17 oktober 2017 een mondelinge behandeling
plaatsvinden. De curator heeft de CBb laten weten niet bij de mondelinge
behandeling te zullen verschijnen. Daarna werd vooralsnog niet meer van de
CBb vernomen over de verdere voortgang van de procedures.
07-06-2018
4
Op 13 februari 2018 is uitspraak gedaan in alle beroepszaken. De curator heeft
een afschrift van de uitspraken opgevraagd.
26-02-2019
6
De uitspraken zijn ontvangen en tevens vindbaar op rechtspraak.nl. 03-10-2019
7
De mondelinge behandeling van het toetsingsverzoek door de
toetsingscommissie zal plaatsvinden op 18 december 2020.
17-12-2020
10
Bij beslissing van 18 januari 2021 heeft de toetsingscommissie het
toetsingsverzoek van Kaaij Brothers B.V. ongegrond verklaard.
05-08-2021
11
De dagvaarding is op de rolzitting van 7 mei 2025 aangebracht, waarna Kaaij
Brothers B.V. zich heeft gesteld. In de dagvaarding was tevens vervat een
vordering tot voeging ex artikel 222 Rv. met de gelijktijdig door de Staat der
Nederlanden aanhangig gemaakte procedure, aangezien beide vorderingen
zijn gestoeld op hetzelfde feitencomplex. In het voegingsincident heeft Kaaij
Brothers B.V. zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, waarop de
rechtbank op de rolzitting van 11 juni 2025 de vordering tot voeging heeft
toegewezen en beide procedures heeft verwezen naar de rolzitting van 22
oktober 2025 voor het nemen van de conclusies van antwoord door Kaaij
Brothers B.V.
18-07-2025
19
Op de rolzitting van 19 november 2025 heeft Kaaij Brothers B.V. een conclusie
van antwoord genomen.
31-03-2026
20
In de afgelopen verslagperiode heeft de mondelinge behandeling in de
procedure tegen Kaaij Brothers B.V. plaatsgevonden. De rechtbank heeft
Kaaij Brothers B.V. in de gelegenheid gesteld om vervolgens nog een
aanvullende akte te nemen. Dat heeft zij gedaan. De rechtbank zal nu vonnis
wijzen.
03-07-2026
21
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
Onderzoek, overleg met de advocaat van de vereffenaars en correspondentie 07-06-2018
4
In de afgelopen verslagperiode: geen werkzaamheden. 03-10-2019
7
opstellen verweerschrift 17-12-2020
10
Werkzaamheden in het kader van de toetsingsprocedure 05-08-2021
11
Opstellen dagvaarding en overige werkzaamheden in verband met de
procedure bij de rechtbank Den Haag tegen Kaaij Brothers B.V.
18-07-2025
19
Werkzaamheden ten behoeve van de procedure bij de rechtbank Den Haag
tegen Kaaij Brothers B.V.
31-03-2026
20
Zitting bij rechtbank Den Haag en overige werkzaamheden ten behoeve van
de procedure tegen Kaaij Brothers B.V.
03-07-2026
21
10. Overig
afwikkeling dochtervennootschappen
onderzoek naar oorzaken en achtergronden van het faillissement
07-06-2018
4
De curator verwacht in de komende verslagperiode de resultaten van zijn
onderzoek naar de achtergrond en oorzaken van het faillissement met de
betrokken partijen te kunnen bespreken.
26-02-2019
6
Het onderzoek van de curator bevindt zich in de afrondende fase. 03-10-2019
7
Zie vorig verslag. 12-05-2020
8
In de komende verslagperiode zal naar verwachting een definitieve beslissing
kunnen worden genomen over de afwikkeling van een groot deel van de
dochtervennootschappen van FresQ. Verder zal de discussie met Kaaij
Brothers B.V. worden voortgezet over de afwikkeling van het
distributiecentrum aan het adres Poortcamp te De Lier (zie hiervoor in § 3.1),
en de hiervoor in § 7.7 genoemde aansprakelijkstelling voor de schade die
geleden is als gevolg van het handelen dat heeft geleid tot de intrekking van
de GMO-erkenning en terugvordering van subsidies door de Staat der
Nederlanden.
04-09-2020
9
zie vorige verslag 17-12-2020
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10
Zie vorige verslag 05-08-2021
11
Afwikkeling discussie met Kaaij Brothers B.V. over de overdracht van de
eigendom van het distributiecentrum aan het adres Poortcamp te De Lier (zie
verslag nr. 9 bij § 3.1), en de aansprakelijkstelling voor de schade die geleden
is als gevolg van het handelen dat heeft geleid tot de intrekking van de GMO-
erkenning en terugvordering van subsidies door de Staat der Nederlanden (zie
verslag nr. 9 bij § 7.7), welke aansprakelijkstelling Kaaij Brothers B.V.
uitdrukkelijk betwist.
07-06-2022
12
Zie vorige verslag 22-11-2022
13
Zie verslag 12 28-03-2023
14
idem. 03-07-2023
15
idem. 12-01-2024
16
idem. 16-05-2024
17
Afwikkeling discussie met Kaaij Brothers B.V. over de overdracht van de
eigendom van het distributiecentrum aan het adres Poortcamp te De Lier (zie
verslag nr. 9 bij § 3.1), en de aansprakelijkstelling voor de schade die geleden
is als gevolg van het handelen dat heeft geleid tot de intrekking van de GMO-
erkenning en terugvordering van subsidies door de Staat der Nederlanden (zie
verslag nr. 9 bij § 7.7), welke aansprakelijkstelling Kaaij Brothers B.V.
uitdrukkelijk betwist.
06-12-2024
18
Doorlopen procedure tegen Kaaij Brothers B.V. 18-07-2025
19
Procedure tegen Kaaij Brothers B.V. 31-03-2026
20
Procedure tegen Kaaij Brothers B.V. 03-07-2026
21
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
nog niet bekend 07-06-2018
4
Nog niet bekend 26-02-2019
6
Nog niet bekend. 03-10-2019
7
Nog niet bekend. 12-05-2020
8
Nog niet bekend 04-09-2020
9
Nog niet bekend 07-06-2022
12
Nog niet bekend 12-01-2024
16
Nog niet bekend 16-05-2024
17
Nog niet bekend 06-12-2024
18
Nog niet bekend 18-07-2025
19
Nog niet bekend 31-03-2026
20
Nog niet bekend; dit hangt af van de uitkomst van de procedure tegen Kaaij
Brothers B.V. (par. 7 en 9).
03-07-2026
21
1-10-2026 03-07-2026
21
10.4 Werkzaamheden overig
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 07-06-2018
4
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 23-10-2018
5
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 26-02-2019
6
Opstellen verslag en overige werkzaamheden. 03-10-2019
7
Opstellen verslag en overige werkzaamheden. 12-05-2020
8
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 04-09-2020
9
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 17-12-2020
10
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 05-08-2021
11
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 07-06-2022
12
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 28-03-2023
14
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 03-07-2023
15
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 12-01-2024
16
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 16-05-2024
17
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 06-12-2024
18
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 18-07-2025
19
Opstellen verslag en overige werkzaamheden 31-03-2026
20
Bijlagen
Bijlagen